Nieuws

Btw-teruggaaf nu sneller en gemakkelijker!

Btw-teruggaaf nu sneller en gemakkelijker!

Wanneer een afnemer niet de mogelijkheid heeft om te betalen (of niet wil betalen), heeft de ondernemer de mogelijkheid om bij niet-betaling de Belastingdienst een verzoek te doen van teruggaaf van de btw, die hij al betaald heeft. Veel ondernemers zien dit als een tijdrovende klus, die ook nog eens erg ingewikkeld is. 12 juli is er een conceptwetsvoorstel ter consultatie gepubliceerd die hier verandering in gaat brengen. Wanneer een afnemer niet of maar een deel betaalt, kan de ondernemer de btw die is begrepen in die oninbare vordering niet als voorbelasting in aftrek brengen in de btw-aangifte. Als dat het geval is, moet er een afzonderlijk verzoek gedaan worden bij de Belastingdienst om teruggaaf (binnen een maand na het oninbaar worden). Het gaat hierbij ook om verbreking, annulering en ontbinding van de overeenkomst of een prijsvermindering of volledige kwijtschelding nadat de levering of verrichting heeft plaatsgevonden.

Oninbaarheid

Het is in veel gevallen vaak lastig vast te stellen wanneer het recht van oninbaarheid ontstaat (dan mag immers de btw-teruggaaf worden ingediend). Vaak gebeurt het dan ook dat ondernemers de aanvraag te vroeg of juist te laat indienen. Wanneer dit niet op tijd gebeurt, zijn er voor de ondernemer geen rechten van bezwaar meer en is het afwachten wat de inspecteur oordeelt. Als er sprake van een faillissement is, kan het soms jaren duren voordat de oninbaarheid daadwerkelijk vastgesteld kan worden. Om deze problemen te voorkomen, heeft het kabinet voorgesteld dat de oninbaarheid in ieder geval geacht zal worden te ontstaan op het moment dat de vordering 1 jaar, nadat deze opeisbaar is geworden, nog niet is betaald. Hierbij wordt uitgegaan van de uiterste datum waarop de vordering moet zijn betaald.

Op dit moment moet een verzoek tot teruggaaf gedaan worden door middel van een brief aan de eigen inspecteur. In het wetsvoorstel is opgenomen dat een crediteur nu zelf het bedrijf van de teruggaaf kan reduceren op de btw-aangifte. Nu wordt het deel van de teruggaaf berekend aan de hand van het niet-verkregen deel van de vergoeding die in rekening is gebracht. Wanneer een vordering op een later moment alsnog wordt betaald, moet dit tijdens de nieuwe aangifte worden voldaan.

Het is ook mogelijk de vordering over te dragen aan een factormaatschappij. De ondernemer krijgt dan direct zijn geld, de factormaatschappij krijgt vervolgens een bedrag over de feitelijke diensten die hij heeft verricht. Als hier sprake van is, kan ook de teruggaafregeling gebruikt worden. Als de ondernemer te laat is (een jaar na het verstrijken van de periode), dan heeft de overdragende ondernemer zelf het recht op teruggaaf naar evenredigheid van het na dat jaar nog niet-betaalde deel van de vergoeding. Bij een gehele of gedeeltelijke betaling daarna, is hij deze belasting verschuldigd aan de overnemende ondernemer.

Wanneer gaat dit van kracht?

Het is goed mogelijk dat het wetsvoorstel al vanaf 1 januari 2017 van kracht gaat worden. Over eventuele verdere ontwikkelingen houden wij u op de hoogte.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit wetsvoorstel? Neem dan contact met ons op via info@vkeb.nl of via 0525 631593.